
Dirk Van Damme, hoofd van CERI –OESO
De keynote van Dirk Van Damme was bijzonder interessant.

Dirk Van Damme
Hij bouwde zijn sessie op in een viertal punten:
1. De contextuele noden voor innovatie en de trends en uitdagingen in het hoger onderwijs
2. De vraag- zijde van innovatie: de studenten
3. De aanbod- zijde van innpvatie: de onderwijsinstellingen
4. Wat info over de rol van de OESO en innovatie
1. De contextuele noden voor onderwijsvernieuwing:
a. Demografie en economie
Het investeren in onderwijs is vandaag duidelijk een noodzaak voor economisch succes.
Men spreekt van de “educational revolution”, de toename van de participatie in het hoger onderwijs door steeds meer mensen.
MAAR:
In sommige niet- Europese landen bestaat een veel snellere groei: In Zuid- Korea zit bijna 80% van de leeftijdcategorie in het hoger onderwijs.
In Ghana daarentegen, dat in de jaren ’50 even ver stond op onderwijsvlak, heeft men lang niet zo massief in onderwijs geïnvesteerd.
Sommigen beweren dat de lagere geboortecijfers en groeiende vergrijzing het aantal hoger geschoolden in Europa zal doen slinken. De OESO gelooft dit niet
Wel zal de groei van studenten aan het hoger onderwijs niet meer zo evident zijn als 40 jaar geleden.
Bovendien is het niet alleen de productie van “human capital” die telt, ook het daadwerkelijke gebruik ervan.
b. Sociale gelijkheid
In Europa worden een pak talenten duidelijk niet gebruikt: vb. die van de etnische minderheden in de Europese samenleving
Het fenomeen van “life long learners” is nog beperkt in Europa. Je sociale en culturele achtergrond bepaalt nog steeds het denken in “vier of vijf jaar studeren en dan een job”.
c. Internationalisering
Internationale studenten zijn in Europa nog steeds beperkt. Europese instellingen zijn nog steeds niet erg populair (de perceptie die men er over heeft, de taalproblematiek,…)
Hieraan veranderen (cnfr. Gebruik van Engels in het Vlaams Hoger onderwijs) is niet evident.
Een eventuele oplossing zou kunnen bestaan in de bouw van ICT- ondersteunde Multi- talen cursussen.
d. Globalisering
Een wereldwijde convergentie in onderwijs en leren bestaat nog niet. Op het vlak van onderzoek lijkt dit al wel goed te lukken.
e. Diversificatie en classificatie
Tot nu hebben Europese onderwijsinstellingen zich vooral toegespitst op massificatie en standaardisatie.
In de toekomst zullen ze moeten gaan diversifiëren.
Een eigen profiel creëren, zich onderscheiden van de anderen.
f. Transparantie in leer- resultaten; “learning outcomes”
Het vervolg aan het Bologna- akkoord; hoe kan men het onderwijs tegelijk meer gediversifieerd en transparant maken ?
Universiteiten hebben angst van de competitiviteit onder elkaar.
Er zijn twee kritieke opmerkingen:
Alleen zij die een hogere toegevoegde waarde kunnen leveren aan hun onderwijs zullen overleven
Wat met bedrijven, het commerciële ? Waarom moet iemand zo lang tijd verprutsen in een onderwijsinstelling wanneer wij via assessment deze persoon zelf kunnen opleiden.
2. De vraag- zijde: de studenten
Zijn studenten de “drivers of change” ?
Waarschijnlijk niet.
Hun verwachtingen over ICT zijn erg gemengd. Een gemiddelde student wil nog steeds face to face onderwijs waar ICT een ondersteunende rol speelt.
De impact van ICT in de google- generatie op leerstijlen en denkenpatronen moet er nog komen; dat is er nog niet.
3. De aanbod- zijde: de instellingen
Er is reeds massaal geïnvesteerd in ICT- infrastructuur, maar nog niet in onderwijzen en leren.
Ook de onderwijzers zelf zijn erg verdeeld. 40% van hen zijn nog steeds sceptisch. Ook hier is dus nog een enorme potentie, maar zeer veel heeft te maken met de manier waarop de instelling dit alles ondersteunt.
4. De OESO
Ondersteunt de politieke voorwaarden voor verandering en innovatie (o.a. university futures project)
Via een analyse van trends, het helpen ontwikkelen van R&D in het onderwijs.
De conclusie van deze keynote is dat hoger onderwijsinstellingen, gebruik makend van de economische crisis, strategische keuzes moeten maken over vernieuwing wanneer ze hun status als de sterke posities willen behouden
Dirk Van Damme is hoofd van het “Centre for Educational Research and Innovation“; de studiedienst van Oeso op onderwijsvlak.
Docent aan de UGent en de VUBrussel en tot 1 mei 2008 was hij kabinetschef Onderwijs van Vlaams minister Frank Vandenbroucke